Verhit twee koekenpannen op laag vuur. Verwarm een pan met water op een warmhoudplaatje en plaats daarop een bord met een pannendeksel.
Meng in een beslagkom de bloem met het zout en de eieren. Voeg beetje bij beetje de melk toe tot je een glad beslag hebt. Hoe dunner het beslag hoe dunner de pannenkoeken. Bak de pannenkoeken in twee pannen tegelijk op redelijk hoog vuur goudbruin. Keer ze als het beslag droog is en de rand begint te kleuren. Laat ze kort op de andere zijde bakken, haal ze uit de pan en leg de pannenkoeken op het verwarmde bord.
Serveer met stroop, (poeder)suiker, aardbeien, gerookte zalm/kruidenkaas/bosui, etc.
Boter, margarine of zonnebloemolie
Je kunt kiezen tussen verschillende producten om de pannenkoeken in te bakken. Echte boter bakt wat minder plezierig maar is natuurlijk erg rijk van smaak, maar ik doe het eigenlijk nooit. Ik bak soms in margarine en soms in zonnebloemolie. Dat werkt allebei prima.
’De eerste pannenkoek mislukt altijd’
De reden dat de eerste pannenkoek meestal mislukt is simpel: de pan is nog niet heet genoeg. Als je zoals ik hierboven beschrijf de pannen vroegtijdig op het vuur zet zijn ze voldoende heet als je begint met bakken. Meestal zet ik eerst alles klaar en doe ik het vuur onder de pannen aan als ik het beslag gemaakt heb en alleen nog verder hoef te verdunnen. Het overkomt me eigenlijk nooit dat de eerste pannenkoeken mislukken.
Dunne pannenkoeken zijn het lekkerst
Dunne pannenkoeken zijn het lekkerste dus zorg voor dun beslag. Met de hoeveelheden hierboven bak je zo’n 20 dunne pannenkoeken. Hou je van wat dikkere pannenkoeken dan gebruik je wat minder melk. Gebruik je meer eieren dan gaan de pannenkoeken naar omelet smaken. Gebruik je er minder dan loop je het risico dat de pannenkoeken uit elkaar vallen als je ze wilt keren.